voeding
Eten tijdens inspanning
Bij langdurige inspanning, of het nu gaat om een training, wedstrijd of
toertocht, moet je eten om te kunnen blijven presteren, dus om de
hongerklop voor te blijven.
Tijdens trainingen met een duur tot maximaal 1,5 uur hoef je niet te
eten. De hoeveelheid brandstof die hiervoor nodig is, kun je makkelijk
uit je reserves halen.
Ga je langer van huis, neem dan wel wat te eten mee.
Enkele algemene tips:
- zorg dat je niet met tegenzin eet. Neem iets mee dat je lekker vindt en varieer: altijd hetzelfde gaat op den duur vervelen;
- voeding moet vooral licht verteerbaar zijn, zodat het verteren zo
min mogelijk energie kost, dus bijv. geen donker volkorenbrood;
- eet niet teveel tegelijk, verdeel het liever in kleinere porties, ook dit om zo min mogelijk energie te verbruiken;
- eet regelmatig, ook als je geen honger hebt: op het moment dat je honger krijgt is het al te laat!
Tips voor voeding onderweg
Kies vooral producten met snel opneembare koolhydraten:
- brood: een dubbele boterham met zoet beleg: een banaan/appel met honing/stroop of jam;
- krenten-/mueslibol: eventueel met suiker, kaas of jam;
- koek: ontbijtkoek met boter, (stroop-)wafels, volkorenbiscuits, sultana's;
- repen: er zijn verschillende los verpakte muesli- en fruitrepen verkrijgbaar in allerlei smaken;
- fruit: het gemakkelijkst mee te nemen is een banaan;
- gel: tijdens langdurige en zware inspanningen is het aan te
bevelen een sportgel me te nemen. Deze geven energie voor ongeveer 45
minuten en is vooral nuttig in de finale van een wedstrijd.
Eten voor inspanning
Niet alleen tijdens de inspanning is het belangrijk voldoende te eten.
Door vooraf voldoende te eten, zorg je dat je met een goed gevulde brandstofvoorraad op pad gaat.
- Dag vantevoren: zorg ervoor vooral de dag vantevoren goed te
eten. Dat wil zeggen: weinig vet, veel koolhydraten en een normale
portie eiwitten.
Eet bij voorkeur pasta of rijst (zoveel als je op kunt, gekookt min.
200 gram) met wit vlees of vis (100 à 130 gram). Daarbij een normale
portie groenten (+/- 200 gram) en geen of een magere saus.
Let erop ook voldoende zout in te nemen, en zorg ook voor een
regelmatige vochtinname.
Plan de dag voor inspanning meer eetmomenten dan de gebruikelijke
drie: neem ook tussen de maaltijden en 's avonds een bordje
koolhydraatrijke voeding, eventueel gecombineerd met zuivel, bijv.
rijstpap of vanillevla met macaroni.
Ook pannekoeken met suiker en (drink-)yoghurt kunnen prima tussendoor
worden genuttigd.
- Dezelfde dag: eet minstens 1,5 à 2 uur voor het begin van de
inspanning de laatste grote maaltijd. Door korter voor de inspanning
nog veel te eten kan de maag tijdens de inspanning van streek raken,
soms zelfs met overgeven tot gevolg.
Neem als laatste maaltijd voor een zware/langdurige inspanning een
maaltijd bijna geheel bestaande uit koolhydraatrijke voedingsmiddelen:
pure pasta met eventueel een lichte toevoeging voor de smaak, bijv.
fruit, honing of ketchup.
Eten na de inspanning
Het is erg belangrijk om de geslonken of uitgeputte reserves na de inspanning zo snel mogelijk weer aan te vullen.
Probeer niet ineens alles 'bij te eten', het is beter om het in kleinere porties in te nemen.
Ook zijn koolhydraten de belangrijkste voedingsstof, maar voor een snel herstel zijn ook eiwitten erg belangrijk.
Gebruik direct na de inspanning een koolhydraatrijke drank en eet verschillende kleine snacks (repen etc.).
Eiwitten kunnen ook verwerkt in een drank worden ingenomen, maar wat zuivel is ook prima.
Vooral kwark is rijk aan eiwitten, maar ook yoghurt, melk en kaas.
drinken
Vochtverlies
Door genoeg te drinken zorg je ervoor dat het vochtverlies beperkt
wordt en dat je lichaam voedings- en afvalstoffen kan af- en aanvoeren.
Te weinig drinken gedurende inspanningen heeft uitdroging tot gevolg,
je lichaam zweet immers vocht uit om de temperatuur op peil te houden.
Bij een zware inspanning kan het lichaam 1 a 1,5 liter vocht per uur
verliezen!
Uiteraard is het vochtverlies hoger naarmate de omgevingstemperatuur
hoger is.
Signalen van vochttekort
Als er sprake is van een vochttekort, kun je dit op verschillende manieren merken:
- Hoofdpijn: het komt regelmatig voor dat wielrenners een paar
uur na een inspanning last krijgen van hoofpijn. De oorzaak ligt bij
het vochttekort: het bloed is te dik geworden, hetgeen in de hersenen
tot een drukverhoging leidt, met hoofdpijn als gevolg.
- Urine: is de urine erg donker, dan is er sprake van een vochttekort. De concentratie afvalstoffen in de urine is te hoog.
- Gewicht: is het lichaamsgewicht na de inspanning lager dan het ochtendgewicht, dan is er een vochttekort.
Het verschil in gewicht moet je minimaal weer aan vocht binnen zien te krijgen.
Breng het vocht niet ineens, maar geleidelijk weer op peil.
Tracht de vochtverliezen te beperken tot maximaal 2% van het lichaamsgewicht.
Voor de inspanning
Vlak voor de inspanning kun je het beste 0,5 liter drinken, zodat je 'goed gehydrateerd' vertrekt.
Tijdens inspanning
Tijdens inspanning is het belangrijk om de dorst voor te blijven. Als
je dorst krijgt is er al een vochttekort in het lichaam, waardoor de
prestatie al vermindert.
Teveel drinken kan ook. Het lichaam kan maximaal 0,8 liter vocht per
uur opnemen. Drink je te veel, dan kan de maag gaan protesteren. Door
ieder kwartier een flinke slok te nemen weet je zeker dat je genoeg
drinkt.
Probeer er vooral ook tijdens inspanning in kouder weer op te letten voldoende te drinken!
Sportdrank kopen
Zowel kant-en-klare sportdrank als sportdrank in poedervorm zijn in vele variaties verkrijgbaar.
Kies bij voorkeur een isotone sportdrank.
"Isotoon" wil zeggen dat de drank is samengesteld in zodanige verhoudingen dat hij het meest in de buurt komt van lichaamsvocht.
Daardoor wordt de drank snel opgenomen en kan de ingenomen energie snel worden gebruikt.
Bij langdurige inspanningen is het aan te bevelen de isotone drank te combineren met een koolhydraatrijke sportdrank.
Speciale sportdrank is echter nogal prijzig. Een goed alternatief is om zelf sportdrank te maken.
Zelf sportdrank maken
De belangrijkste ingrediënten van een sportdrank zijn:
- (uiteraard) water;
- suiker: voor de energie, per liter water ongeveer 3 eetlepels;
- zout (natrium): je verliest veel zout bij het zweten, bovendien
wekt zout dorst op zodat je vanzelf blijft drinken, per liter water 1
theelepeltje;
- een lichte toevoeging voor de smaak, bijvoorbeeld citroensap, thee of siroop.
Eventueel kan als basis appelsap, thee of cola worden gebruikt. Verdun
frisdranken en vruchtensappen wel met water, voor een snellere opname.
Alcoholgebruik en inspanning
Wees voorzichtig met alcolholhoudende dranken: max. 2 à 3 consumpties per dag. Tijdens de inspanning is alcohol uit den boze!
voedingssupplementen
Vitamines en mineralen
Wie sport heeft een grotere behoefte aan verschillende vitamines en
mineralen.
Voedingssupplementen kunnen helpen om deze op pijl te houden, maar
doorgaans bevat een normale, gevarieerde voeding al voldoende vitamines
en mineralen.
Overmaat aan bepaalde stoffen is soms even schadelijk als een tekort!
Wanneer er een aantoonbaar tekort is van een essentiële voedingsstof
(bijv. ijzertekort) en wanneer een
verhoogde aanvoer via de voeding niet mogelijk is, dan kan een
supplement nuttig zijn.
Voorbeeld: kramp tijdens het fietsen
Kramp kan verschillende oorzaken hebben. Meestal ligt het aan
vochttekort, meer drinken kan dan al veel helpen.
Maar kramp kan ook het gevolg zijn van een magnesiumtekort.
Dat mineraal zit o.a. in chocolade, fruit, peulvruchten, zeevruchten en
volkerenproducten...
Mocht het eten van magnesiumrijke voedingsmiddelen niet volstaan, dan
kan magnesium ook in de vorm van een voedingssuplement worden
ingenomen.
Bij voorkeur op doktersadvies!
Eiwitten
Voor spierherstel en aanmaak van spierweefsel zijn eiwitten onmisbaar.
Maar aan de eiwitbehoefte kan zeer gemakkelijk worden voldaan via een normale voeding
zodat eiwitrijke supplementen (eiwitsupplementen, eiwitrijke repen en aminozuursupplementen) niet nodig zijn.
Vetafbraak en spieropbouw
Beiden
worden door de meeste sporters als gunstig beschouwd.
Echter: de meeste voedingssupplementen die een dergelijke werking
claimen werken niet, hebben schadelijk bijwerkingen of staan op de
dopinglijst.
Sportvoedingssupplementen
Er
bestaan heel wat sportvoedingssupplementen die energie en/of
voedingsstoffen aanleveren in een gemakkelijk te consumeren vorm. Ze
zijn vooral handig wanneer normale voedingsmiddelen niet beschikbaar
zijn of minder praktisch om tot zich te nemen. Vooral vlak voor,
tijdens en na het sporten. Voorbeelden:
- Dorstlessers: leveren vocht en koolhydraten voor, tijdens en na inspanning.
- Rehydratiedranken: leveren vocht, natrium (en koolhydraten) na langdurige inspanningen
- Energiedranken: leveren koolhydraten tijdens inspanning.
- Koolhydraten-gels: leveren koolhydraten tijdens inspanning.
- Vloeibare maaltijden: koolhydraten, eiwitten, vitamines en mineralen in gemakkelijke vorm.
Enkel noodzakelijk tijdens zeer langdurige inspanningen, na inspanning of als de eetlust (te) beperkt is.
- Energierepen: koolhydraten (eiwitten, vitamines en mineralen) in gemakkelijke verpakking
Natuurlijk moet altijd nagegaan worden wat de meerwaarde is van
dergelijke producten en of het niet mogelijk is om hetzelfde effect te
verkrijgen met minder dure of
trendy (met andere woorden: normale) producten.
Supplementen met bewezen prestatiebevorderende werking
Er zijn supplementen waarvan bewezen is dat ze prestatiebevordenend kunnen zijn, maar zeker niet voor iedereen.
Dit zijn creatine, cafeïne en bicarbonaat.
Het gebruik hiervan is voorbehouden aan volwassen eliteatleten.
- Creatine: wordt afgeraden voor een duursport als wielrennen, bevordert de sprintcapaciteit maar zorgt ook voor gewichtstoename.
- Caffeïne: een kleine dosis cafeïne (1-3 mg/kg) kan helpen in duursporten.
Een dergelijke dosis is gemakkelijk te halen uit caffeïnehoudende dranken (koffie, thee, cola).
Ook sommige sportvoedingssupplementen bevatten caffeïne.
Hogere doses zijn niet effectief en kunnen negatieve effecten uitlokken zoals nervositeit, verstoorde slaap
- Bicarbonaat: net als creatine werkt ook dit supplement voornamelijk bevorderend bij kortdurende inspanningen.
Voor wielrennen heeft het dus weinig nut.